Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

"Je hebt van die plekken waar 'iets' is."

Bovenstaande zin is eigenlijk veel te vaag als beginzin van een paper, zelfs al ben ik theoloog en daarmee volgens velen 'zachte' wetenschapper bij uitstek. De zin is eigenlijk ook veel te zweverig voor mijn doen. Ik heb me altijd een beetje geërgerd wanneer medestudenten erover klagen dat het wetenschappelijk jargon niet voldoet voor de religieuze onderwerpen die ze willen beschrijven. Natuurlijk, God kun je niet vangen in wetenschappelijke taal (en het is maar de vraag of dat in andere taal wel kan). Maar de geschriften, geschiedenissen, verhalen en plekken waarin mensen aan hun geloof in God gestalte geven, die zijn toch prima te onderzoeken?  Deze week was ik te gast bij Casella , om een paper te schrijven over deze kloostergemeenschap-nieuwe-stijl. En nu neem ik dus mijn toevlucht tot ietwat zweverige, vage zinnen en een blogtekst  Omdat wetenschappelijk jargon niet voldoet.  Het is halfacht 's ochtends, koud en donker, als ik van het gastenverblijf na...

Ik, Zacheüs

Een leuke manier om in een iets meer of iets minder christelijke groep iemand snel te leren kennen, is door te vragen naar zijn of haar favoriete Bijbelverhaal (en laat diegene dan vooral ook het verhaal in eigen woorden navertellen - de accenten die gelegd worden en stukjes die worden weggelaten of juist toegevoegd zeggen zo mogelijk nog meer over wie iemand is). Mijn eigen antwoord wil nogal eens wisselen. In de afgelopen weken kreeg ik de vraag tweemaal, en zei ik: het verhaal van Zacheüs.  Ik vertel het verhaal als volgt: een man die zich aan de rand van de samenleving bevindt (omdat hij bekend staat als fraudeur), hoort dat Jezus in de stad is. Hij wil Jezus zien, maar zelf niet gezien worden, daarom klimt hij in een boom en verstopt zich tussen de bladeren. Jezus kijkt omhoog, ziet Zacheüs, noemt hem bij zijn naam en nodigt zichzelf bij hem thuis uit. Waarom? Omdat Jezus juist een 'voorkeursoptie' leek te hebben voor die mensen 'aan de rand'.  Aan de rand...

Twijfelen in Eindhoven en Hilversum

Bij een rondje 'klein blogonderhoud' kwam ik onderstaand bericht tegen, als concept. Ik schreef het eind juni. Maar waarom niet alsnog publiceren? De boodschap uit het filmpje is wat mij betreft nog net zo belangrijk als een halfjaar geleden! Zo ongeveer ieder zichzelf respecterend religie-blog heeft er aandacht aan besteed: 7keer7 . Het idee was simpel: 7 avonden waarop telkens 7 denkers, doeners of kunstenaars 7 minuten de tijd kregen om hun visie op de toekomst van het christendom naar voren te brengen, waarna de 70 aanwezigen werden uitgedaagd met elkaar in gesprek te gaan. Ik was erbij in Eindhoven. De setting (een ontspannen kroeg zonder al te veel zitplaatsen) en de sfeer (dominee sprak met singer-songwriter met non met politicus én met al die inspirerende mensen tussen de 17 en 77 die zich in het publiek bevonden) maakten dat ik na afloop een heleboel pakkende uitspraken in mijn notitieboekje neer te pennen had. Ik keerde huiswaarts met de geruststell...

Decembersfeer in Madrid

De dagen voor Kerst bracht ik met een vriendin door in Madrid, te gast bij 'Spaanse huisgenoot'  die een half jaar bij ons heeft gewoond. Een stad vol (en dan ook echt vol: proppen in de metro en Koninginnedagdrukte op straat) mensen in decembersfeer, én een stad vol zon! We hebben de "Calle de San Nicolas" natuurlijk meteen op de foto gezet, zodat we thuis kunnen zeggen dat we de straat van Sinterklaas gezien hebben... En Spaanse huisgenoot had naast de adventskalender ook haar Sint-prentenboek op de kast staan - vorig jaar van ons gekregen. Het grote kinderfeest in Madrid is echter Driekoningen, op 5-6 januari. Los tres Reyes Mages trekken dan in Carnavalsachtige optocht door de stad, met praalwagens en al. 's Nachts gaan ze langs de huizen en vullen de kinderschoenen met cadeautjes. Die schoenen staan verwachtingsvol op het balkon, een emmer water voor de kamelen ernaast. Men eet een zoet, ringvormig brood, waarin een stukje speelgoed verstopt zit - degene...

Gedachtenisdienst

Twee keer deze maand woonde ik een gedachtenisdienst bij. Op 2 november – Allerzielen – in mijn stagegemeente. Vandaag – de laatste zondag van het kerkelijk jaar – in Stadskanaal, waar we onder andere mijn oma herdachten. Twee keer was er, nadat de doden van het afgelopen jaar waren herdacht, voor alle kerkgangers de mogelijkheid om een kaarsje op te steken voor geliefden die zij sinds kort of sinds lang moeten missen. En twee keer werd ik getroffen door de lange rij mensen die naar voren kwam. Een stoere, huilende man, een oude meneer met een stok, ouders met kinderen. De namen die zij in stilte noemden, ik kende ze niet, maar kon ze bijna aanraken. Het was alsof ze door de kerk zweefden, al die doden. Hoe al die mensen leven met hun doden.  Hoe al die doden hun geliefden achter zich hebben gelaten. Waar zijn ze, “mijn lieve doden”? – blijkbaar kun je aan een gestorvene nog een bijvoeglijk naamwoord geven. Sterker nog: ze zijn nog steeds een stukje ‘van jou’. Het zijn ...

Diezelfde zon

We zongen Hildegard, maar er was geen middeleeuwse kerk met minuscule vensters en kaarslicht. Wel een hoog plafond en grote ramen, waardoor de zomeravondse zonnestralen vrijelijk naar binnen kunnen stromen - ik ga er als vanzelf in verheven taal over schrijven. Het Vocaal Theologen Ensemble zingt Hildegard . Foto: Roel Bosch De muziek van deze 12e-eeuwse mystica hebben we ook al in geheel andere decors ten gehore gebracht: een paar uur van tevoren op een winderig pleintje, toen de kerk nog op slot was en we maar buiten gingen inzingen - de buurkinderen staken verbaasd hun hoofd boven de schutting uit en probeerden mee te jodelen. En een week eerder, giebelend, in de trein na afloop van een repetitie.  We moeten hard werken om zulke muziek van eeuwen her recht te doen in haar anders-heid. Andere notatie, andere muzikale lijnen, andere religieuze beleving. Het vraagt om concertconcentratie en een kerk als deze, met grote ramen, die de klanken draagt en de tijden mengt....

Een college exegese over parabels

Het is met het doen van parabelonderzoek als met twee kleine jongens die buitenspelen op de eerste echt zonnige woensdagmiddag van het jaar. Ze lopen in modderige kleren over het veldje, en bestuderen het gras onder hun voeten. Nog in de leeftijd dat ze gras gerust blauw kleuren als hun tekening daarom vraagt, worden ze niet gehinderd door enige gedachte over vanzelfsprekendheid. In het gras ontdekken ze diertjes, zaadjes en structuren. Dingen die ze nooit eerder gezien hebben, ook al is ditzelfde grasveld hun dagelijkse voetbalondergrond. Ze maken lol om de streepjes van een gek kevertje.  De instrumenten die tot hun beschikking staan - een detectivevergrootglas en hun eigen ogen - zijn eigenlijk ontoereikend voor een onderzoeker, maar ze hebben nou eenmaal niet anders. Hun bevindingen noteren ze op een beduimeld stukje papier.   Allesomvattende wetenschappelijke conclusies zullen ze nooit kunnen trekken. Eigenlijk kunnen ze amper definiëren...