Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Een college exegese over parabels

Het is met het doen van parabelonderzoek als met twee kleine jongens die buitenspelen op de eerste echt zonnige woensdagmiddag van het jaar. Ze lopen in modderige kleren over het veldje, en bestuderen het gras onder hun voeten. Nog in de leeftijd dat ze gras gerust blauw kleuren als hun tekening daarom vraagt, worden ze niet gehinderd door enige gedachte over vanzelfsprekendheid. In het gras ontdekken ze diertjes, zaadjes en structuren. Dingen die ze nooit eerder gezien hebben, ook al is ditzelfde grasveld hun dagelijkse voetbalondergrond. Ze maken lol om de streepjes van een gek kevertje.  De instrumenten die tot hun beschikking staan - een detectivevergrootglas en hun eigen ogen - zijn eigenlijk ontoereikend voor een onderzoeker, maar ze hebben nou eenmaal niet anders. Hun bevindingen noteren ze op een beduimeld stukje papier.   Allesomvattende wetenschappelijke conclusies zullen ze nooit kunnen trekken. Eigenlijk kunnen ze amper definiëren...

Huis van het Woord - huis voor het woord

Op de dag dat de boekhandels van Polare hun deuren (tijdelijk?) sluiten, bezoek ik Waanders in de Broeren  in Zwolle. Een winkel die volgens de initiatiefnemer geen winkel mag heten, een huis vol boeken in wat ooit een katholieke kerk was. Sinds dit 'huis voor het woord' vorig jaar haar deuren opende, heeft het al meer bezoekers ontvangen dan het vernieuwde Zwolse museum de Fundatie ( Trouw, 25 januari 2014).   Een kerk dus, waar je niet alleen een psalmenboek kunt vinden, maar ook - op de afdeling 'Lekker buiten' - een Book of Palms. Ja, dat is inderdaad een encyclopedie over palmbomen. Een kerk waar muziek klinkt, door koptelefoons. De cd-afdeling op de galerij is zo gesitueerd dat je precies uitzicht hebt op de marmerwitte engelen Gods die met hun harp en cither bovenop het orgel staan. Een kerk, gevuld met zacht geroezemoes. Als ik in de rij bij de kassa sta, hoor ik een man en een vrouw een geloofsgesprek voeren.    ...

Zondag - het merelgevoel

Merel in de nazomer Zondag is nadenkdag voor mij. Vandaag moet ik de eerstvolgende Excelsior-avond nog voorbereiden; over religieuze ervaringen zal het gaan. Ik zit in de tuin en denk na over zingen. Datgene wat een mens ervaart als hij zingt wordt in het boek Zingen is geluk [1] omschreven als “het merelgevoel”. Ik zie het zo voor me, het silhouet in de ochtendschemering op het dak bij de overburen. Nazomer, nog net. De merel begint te prevelen, voorzichtig eerst, maar al na een paar noten komt hij op klank. Hij vergeet zichzelf, zingt luider en luider. Als hij voluit zingt, is een merel zijn lied. De bioloog die dit leest fronst misschien zijn wenkbrauwen over de richting die dit stukje op dreigt te gaan. Natuurlijk weet ik dat zingende vogels slechts aangedreven worden door hormonen en territoriumdrang, niet door schoonheid of andere hogere waarden, en wie weet geldt dat voor mensen niet minder. Maar ik ben theoloog, en ben bovendien niet bang voor mijn verbeelding. Ik zin...

Kopenhagen kijken

Universiteitsbibliotheek Op vakantie, maar de theologie gaat mee. Ik zie overal religie; twee studiejaren hebben me blijkbaar een bril aangemeten die zo vergroeid is met mijn neus dat ik hem bijna niet meer kan afzetten. In Kopenhagense boekwinkels stuif ik meteen naar de sectie theologie, mij vallen alle foldertjes en informatieborden op waar iets te lezen valt over een ‘Kirk’, en onderweg bij een overnachting in een Münsters hotel verbaas ik me over de vreemde selectie van boeken in de aanwezige Bijbel – “Ze hebben het Nieuwe Testament, Psalmen, en Spreuken. Waarom in hemelsnaam Spreuken?” Gelukkig ben ik samen met een vriendin die overal bordjes met ‘Tandlæge’ ziet en die bij de oude skeletten in het Nationaal Museum vooral geïnteresseerd is in hun gebit. Vriendin studeert tandheelkunde. Samen lachen we wat af om onze beroepsdeformatie. Ik lees Vriendin voor het slapengaan voor uit Spreuken 31 “Loflied op de sterke vrouw”, en zij wijst me erop dat die schattige conducteur in d...

De stilte die volgt op een slotnoot

Pinksteren in de Lutherse kerk, Utrecht, en tevens het 400-jarig bestaan van de gemeente. Een feestelijke dienst, waar ik met het Vocaal Theologen Ensemble in mee mag zingen. Ik vind het een voorrecht. Een voorrecht om de koperblazers letterlijk te voelen trillen in je buik, omdat je er met je neus bovenop staat, en een voorrecht om de stilte te horen, strak van de spanning, die volgt op de slotnoot van een extra indrukwekkend stuk. We hebben een motet van componist Hans Jansen gezongen, een zing-sprekende vertolking van het pinksterverhaal. Het motet eindigt met een bed van spannende ondertonen waar de sopranen hun hoge e als het ware in kunnen leggen. Het laatste akkoord houdt acht, tien, twaalf tellen aan; de dirigent strekt haar arm verder en nog verder uit, slaat ons af, en dan is het stil. Over stilte kun je haast niet schrijven. We hebben geleerd om na een slotnoot de aandacht nog vast te houden, door niet te rommelen in onze papieren, niet te bewegen, zelfs niet zichtb...