Doorgaan naar hoofdcontent

Advent: liedjes van verlangen (2)

Ik was 12, 14, 17, 18. Logeren bij opa en oma van moederskant in Stadskanaal, en ook even een kijkje nemen in de kerk waar opa 's zondags het orgel bespeelde. Ik had mijn fluit meegenomen, en als de kerk na de dienst helemaal leeg was, dan speelde ik met opa mee. Meestal ging ik na een tijdje over op zingen. Oma zat achter ons op een stoel mee te hummen. 

Afgelopen vrijdagavond, logeren bij oma van vaderskant in Westerbork. In de vier jaar die verstreken zijn sinds ik 18 was, zijn de opa's en een oma weggevallen. We nemen een kijkje in de kerk, praten wat met de gastvrouwen en luisteren naar de man die op het orgel speelt en af en toe ook een melodietje op zijn blokfluit. Een plastic sopraanblokfluit - die in de 13e-eeuwse Romaans akoestiek helemaal niet zo plastic klinkt. Oma zegt: "dat kun jij toch ook?"

Ik sta al boven, op het balkon. Het gaat van spelen naar zingen, en precies daarom weet ik even niet meer welke Lieke daar nou staat, die van 14 of die van nu. 

Horen jullie, opa en oma en opa, horen jullie dat? Ik ben volwassen geworden, ik heb niet meer dat "flauwekulstemmetje" - zo zouden jullie het natuurlijk nooit noemen, maar dat zegt mijn zangleraar nu over de stem waar ik bij hem mee binnen kwam. Mijn stem is volwassen geworden. 
Nee, ik moet niet naast mijn schoenen gaan lopen, maar wat zingt het hier lekker, wat klinkt het hier mooi, zelfs deze simpele kerstliedjes. Ik hoef me maar om te draaien richting de kerkzaal en mijn stem wordt opgetild, in plaats van door mijn buikspieren gedragen door de lucht en de muren die de lucht dragen. 

Opa en oma en opa en oma, horen jullie mij?

Oma hoort mij. Ze zit beneden op een stoel, de jas nog aan, haar hoedje nog op, de ogen dicht. 
Ze geniet, ik geniet, de organist geniet. 

Het is juist op zulke momenten, momenten dat alles even klopt. dat het niet klopt, dat het me duidelijk wordt wat er mankeert aan onze wereld. Oma zegt het, als we later door het donkere dorp naar haar huisje lopen: "Had opa dit maar kunnen horen." 

Daarom zing ik het liedje van verlangen: 

Kom in onze dagen, kom in onze nacht.
Laat uw morgen dagen,
Kom,
de wereld wacht.* 


* 'In de nacht gekomen', Andries Govaart, Liedboek 505. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een grote rode boerenzakdoek - bij het overlijden van Nico ter Linden

Nee, dit is geen zakdoek uit verdriet - of misschien ook een beetje wel, stiekem, want hij was voor mij zo'n mens waarvan je je niet kunt voorstellen dat hij ooit voorbijgaat.

Ik was een jaar of vijftien en Nico ter Linden kwam naar Houten. Als echte fan moest ik daar natuurlijk bij zijn, en als echte BN'er was hij in het echt natuurlijk een stuk kleiner dan ik me had voorgesteld. Van wat hij vertelde die avond weet ik weinig meer. Wel nog dat hij van tijd tot tijd zonder enige schaamte zijn grote rode boerenzakdoek tevoorschijn haalde om zijn neus te snuiten. Daarna borg hij de zakdoek weer op, keek de zaal eens rond en vertelde verder. Niemand had de tijd om het hilarisch te vinden, en binnen een paar seconden had hij ons weer mee teruggevoerd naar de wereld van de aartsvaders.

Ik was een jaar of twaalf en ik zat vol met vragen. Mijn moeder gaf me een boek met de gebundelde columns van Nico ter Linden, Kostgangers. Ik las dat geloof en ongeloof bij elkaar horen, 'als de…

Heden is u een heiland geboren

Als ik vroeger vriendinnetjes zag fietsen met een vioolkist of gitaarhoes op hun rug, was ik stiekem wel eens een beetje jaloers. Een piano neem je niet mee, dus ik had behalve mijn bladmuziek niets zichtbaars of tastbaars bij me. Aan mij kon je nooit zien dat ik naar muziekles ging.
Is het ijdelheid, dat ik het stiekem wel eens jammer vind dat ik als dominee niets zichtbaars of tastbaars bij me heb op zondagochtend? Ik heb nog geen toga, dus blijft over: mijn map met papieren en een paar keelsnoepjes. Toen ik op kerstavond in de bus naast een paar voetbalsupporters zat, kon niemand zien dat mijn koffer met kerststalfiguren gevuld was, en toch vond ik het maar wat leuk dat ik het kerstevangelie zo maar bij me had. 
Geloven wordt al snel abstract. Gods aanwezigheid is niet zichtbaar of tastbaar, je kunt God niet zien, niet aanraken. Bijbelverhalen spelen zich af in een wereld van tweeduizend jaar of nog langer geleden, een wereld waar we ons slechts met moeite een voorstelling van kun…

Studeer, zing, bid en verwonder

Zingen is dubbel bidden, dat is zo'n uitspraak die Augustinus ooit gedaan zou hebben en die je overal te pas en te onpas tegenkomt. En zoals voor de meeste clich├ęs geldt: ze is nog waar ook.

Als ik het probeer, dan lukt het vaak niet, bidden. De woorden zijn er niet, of ik kan de rust niet vinden. Gebed is een houding die me overvalt, in dankbaarheid om wat er aan moois gebeurt in mijn leven of in een wanhopige schreeuw naar boven.

Het gebeurt me regelmatig als ik zing. Koorrepetitie, onder de douche, tijdens een viering of bij het studeren maakt dan niet uit. Vanmorgen ratel ik op mijn toetsenbord voor een paper dat ik snel af wil hebben. Het is om verschillende redenen geen makkelijk jaar geweest, en ik ben de hele boel een beetje zat. Klaar met die studie, de zomer moet komen! Probeer niet te veel na te denken en gewoon maar te typen. Ondertussen draai ik de cd op die we gisteren met het Vocaal Theologen Ensemble gepresenteerd hebben, het liefste lied van overzee deel 2. Ik hum…