Doorgaan naar hoofdcontent

Schatten op aarde

Stukjes Texel zijn het - de schelpen, stukjes visserstouw, veren, foto's, ansichtkaarten en folders die ik elke eilandvakantie verzamel om mee naar huis te nemen. Eenmaal weer in het gewone leven aanbeland, vergeet ik ze vaak weer. Na een maand of twee ontdek ik dan ineens dat potje met schelpen in de vensterbank, het zand er nog aan. Ik steek mijn neus in het potje - ze ruiken zelfs nog naar een Texels strand! Goed voor een wegdroommomentje en een klein stukje vakantie in mijn hoofd, zomaar midden in het jaar op een doodgewone dag. 

Mijn schelpenverzameling van deze zomer
Ooit zag ik een vakantiehuisje met zoveel 'stukjes Texel', dat er bijna geen plaats meer was om te leven. De schelpen, botten en stenen die in de enorme zelfgemaakte letterbak  lagen, gingen na de vakantie allemaal in een doos mee naar Bussum, vertelde de eigenaresse - een vrouw van in de zeventig, net een jaar weduwe. Het huisje was klein, krap en oud. Het was in de zeventiende eeuw gebouwd als huis voor een walvisvaarder en zijn familie, in de jaren zestig van de vorige eeuw verbouwd tot vakantiewoning - maar nu nog steeds klein, krap en oud. De vrouw liet trots alles zien: de bedstee, de lelijke kleur groen die het plafond nog altijd had omdat de originele verf er nog op zat, de ramen met het oorspronkelijke mondgeblazen glas, een hele muur behangen met toeristische folders van Texel, de enorme boekenkast en de grote tafel in de keuken. 

De tafel was een verhaal apart. Vroeger al hadden ze drie keer per dag de paperassen er vanaf moeten vegen om te kunnen eten, en nu was de tafel permanent als knipseltafel in gebruik en at de vrouw met een bord op schoot in de tuin. Stapels en mappen vol krantenknipsels lagen erop: er was een map voor architectuur, een map voor kunst, een map voor Texel en een map voor vogels. Haar man was met die laatste map begonnen, hij was gek op vogels. Zij niet, maar als ze nu in de tuin een vogel zag die ze niet kende, zocht ze de naam ervan op in het vogelboek dat ook altijd op tafel lag.      
       Op de tafel lagen ook tientallen mappen met aquarellen op ansichtformaat, zowel door haarzelf als door haar man gemaakt. Ze hadden op heel wat plekken in de wereld geschilderd: Italië, Zuid-Afrika, Indonesië. Op vakantie maakten ze nooit foto's, ze schilderden alleen. En nooit mocht iemand een tekening hebben, want "dit zijn onze fotoalbums." Slechts één keer hadden ze een tekening weggegeven, toen hij een vissersboot aan het schilderen was en de bemanning hen een maaltje vis kwam brengen. Maar dat was in de Texelse haven geweest: daar kwamen ze zó vaak dat ze van elke boot, elke kade en elk gebouwtje minstens drie tekeningen hadden.

Walvisvaardershuisje op Texel
Hun hele leven hadden ze verzameld, verzameld, verzameld. Toen stierf hij, en stopte zij met schilderen. Tijdens haar eerste zomer alleen opende ze wel haar Texelse huisje voor publiek. Ze stelde een deel van de schilderijtjes van haar man tentoon; wel vijftig keer hetzelfde kerkje, aan de muur en in mappen, netjes op seizoen gerangschikt. Kerkjes met sneeuw, herfstkerkjes tussen de kale bomen, zomerkerkjes en kerkjes in de striemende regen, avondkerkjes en kerkjes in de felle eilandzon. Ze vertelde over een leven van schilderen en van de bijzondere ontmoetingen die daaruit voortkwamen (de vraag "wat maakt u?" leidt immers al snel tot een goed gesprek), en ze vertelde over wat zich in de voorgaande eeuwen allemaal in het walvisvaardershuisje had afgespeeld. 

Die tentoonstelling is een jaar of vijf geleden. Ik ontmoette haar toen daar. Moe zag ze eruit en ze leek ook een beetje aangeschoten: haar ogen schitterden, ze lachte net iets te hard. Maar ze was enorm blij met alle mensen die naar haar verhalen kwamen luisteren. Om een tocht door de geschiedenis te maken, hoefde ze slechts dat kleine huisje door te lopen. Aan de hand van al die spullen herleefde het verleden ook voor haarzelf - niet in het minst de jaren met haar overleden man. Voor het eerst kon ze toen over hem vertellen zonder te huilen. 
Ik was blij voor haar toen ik haar in de daaropvolgende zomer terugzag, met schildersezel en al. Ze ging door met verzamelen!

"Verzamel geen schatten op aarde," staat er geschreven. Wat heb je eraan, later? Het leven gaat voorbij.
    Ja, wat heb je aan schelpen van een vakantie lang geleden? Wat heb je aan een huis dat volgepropt is met verleden? Niets natuurlijk. Maar een potje met schelpen of een map met schilderijen (of een babysokje, of een kinderboek, of een trouwfoto, of antiek meubelstuk, of een oude kerk) laat mij wel zien dat er vóór deze dag, dit jaar en dit leven nog andere dagen, jaren en levens geweest zijn, en dat er andere zullen komen. Van dat eeuwige "leven in het nu" heb ik namelijk óók weleens genoeg. 

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Een grote rode boerenzakdoek - bij het overlijden van Nico ter Linden

Nee, dit is geen zakdoek uit verdriet - of misschien ook een beetje wel, stiekem, want hij was voor mij zo'n mens waarvan je je niet kunt voorstellen dat hij ooit voorbijgaat.

Ik was een jaar of vijftien en Nico ter Linden kwam naar Houten. Als echte fan moest ik daar natuurlijk bij zijn, en als echte BN'er was hij in het echt natuurlijk een stuk kleiner dan ik me had voorgesteld. Van wat hij vertelde die avond weet ik weinig meer. Wel nog dat hij van tijd tot tijd zonder enige schaamte zijn grote rode boerenzakdoek tevoorschijn haalde om zijn neus te snuiten. Daarna borg hij de zakdoek weer op, keek de zaal eens rond en vertelde verder. Niemand had de tijd om het hilarisch te vinden, en binnen een paar seconden had hij ons weer mee teruggevoerd naar de wereld van de aartsvaders.

Ik was een jaar of twaalf en ik zat vol met vragen. Mijn moeder gaf me een boek met de gebundelde columns van Nico ter Linden, Kostgangers. Ik las dat geloof en ongeloof bij elkaar horen, 'als de…

Heden is u een heiland geboren

Als ik vroeger vriendinnetjes zag fietsen met een vioolkist of gitaarhoes op hun rug, was ik stiekem wel eens een beetje jaloers. Een piano neem je niet mee, dus ik had behalve mijn bladmuziek niets zichtbaars of tastbaars bij me. Aan mij kon je nooit zien dat ik naar muziekles ging.
Is het ijdelheid, dat ik het stiekem wel eens jammer vind dat ik als dominee niets zichtbaars of tastbaars bij me heb op zondagochtend? Ik heb nog geen toga, dus blijft over: mijn map met papieren en een paar keelsnoepjes. Toen ik op kerstavond in de bus naast een paar voetbalsupporters zat, kon niemand zien dat mijn koffer met kerststalfiguren gevuld was, en toch vond ik het maar wat leuk dat ik het kerstevangelie zo maar bij me had. 
Geloven wordt al snel abstract. Gods aanwezigheid is niet zichtbaar of tastbaar, je kunt God niet zien, niet aanraken. Bijbelverhalen spelen zich af in een wereld van tweeduizend jaar of nog langer geleden, een wereld waar we ons slechts met moeite een voorstelling van kun…

Studeer, zing, bid en verwonder

Zingen is dubbel bidden, dat is zo'n uitspraak die Augustinus ooit gedaan zou hebben en die je overal te pas en te onpas tegenkomt. En zoals voor de meeste clichés geldt: ze is nog waar ook.

Als ik het probeer, dan lukt het vaak niet, bidden. De woorden zijn er niet, of ik kan de rust niet vinden. Gebed is een houding die me overvalt, in dankbaarheid om wat er aan moois gebeurt in mijn leven of in een wanhopige schreeuw naar boven.

Het gebeurt me regelmatig als ik zing. Koorrepetitie, onder de douche, tijdens een viering of bij het studeren maakt dan niet uit. Vanmorgen ratel ik op mijn toetsenbord voor een paper dat ik snel af wil hebben. Het is om verschillende redenen geen makkelijk jaar geweest, en ik ben de hele boel een beetje zat. Klaar met die studie, de zomer moet komen! Probeer niet te veel na te denken en gewoon maar te typen. Ondertussen draai ik de cd op die we gisteren met het Vocaal Theologen Ensemble gepresenteerd hebben, het liefste lied van overzee deel 2. Ik hum…