Doorgaan naar hoofdcontent

"Openheid voor het geheim"

Onderstaand stuk is een bewerkte versie van een paper dat ik schreef over de gebedsruimte bij Casella, klooster-nieuwe-stijl in Hilversum. Zie www.casella.nl


De gebedsruimte bij Casella: verslag van een zoektocht



Er zijn van die plaatsen op de wereld waar hemel en aarde minder ver uit elkaar lijken te liggen dan elders. Het zijn plekken waar je maar één keer geweest hoeft te zijn om je thuis te voelen: alles klopt. Zo’n plek is voor mij Casella. Ik – student theologie, vrouw, 22 jaar, protestants-christelijke achtergrond – ben er nu een paar keer te gast geweest en heb me afgevraagd: wat maakt een verblijf in Casella nu precies zo bijzonder?
In eerste instantie zijn dat de kernbewoners, want een inspirerende plek kan natuurlijk niet zonder inspirerende mensen. Maar ik heb de indruk dat het ook echt aan de plek zelf ligt. De samenstelling van de mensen verandert immers voortdurend, doordat er bijna altijd gasten aanwezig zijn of mensen die voor korte of langere tijd in Casella meeleven. De mensen wisselen, maar de plek blijft. Alle ruimtes en de buitenruimte zijn bovendien met grote zorgvuldigheid ontworpen en ingericht, over elk detail lijkt te zijn nagedacht.



Als theoloog-in-opleiding wilde ik daar meer van weten. Ik heb Casella als plek – en in het bijzonder de gebedsruimte, als het letterlijke en figuurlijke hart van Casella – nader willen onderzoeken, in een poging iets van het geheim van deze ruimte bloot te leggen. Daarbij nam ik mijn uitgangspunt in de observatie waar dit artikel mee begon, namelijk dat “alles klopt”. Blijkbaar is er sprake van een evenwicht. Deze observatie heb ik uitgewerkt in drie categorieën: evenwicht tussen vervreemding en herkenbaarheid, evenwicht tussen individu en gemeenschap en evenwicht tussen structuur en openheid.

Praktisch-theologen hebben vaker geschreven over de betekenis van ruimtes en plekken. Uit het werk van Martin Hoondert heb ik geleerd dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor de dynamiek van een ruimte. Het gaat namelijk niet alleen om de inrichting, maar om alles wat er op een bepaald moment in de ruimte te zien en te horen is. De aan- of afwezigheid van mensen, geluiden en visuele effecten ‘creëren’ als het ware de ruimte steeds opnieuw. De gebedsruimte bij Casella kan er bijvoorbeeld door het veranderende licht ’s avonds anders uitzien dan ’s ochtends. De ruimte lijkt misschien ruimer of minder ruim afhankelijk van het aantal mensen dat aanwezig is, en heeft een andere sfeer tijdens de stiltemeditatie dan tijdens het zingen van een lied. Al deze aspecten heb ik meegenomen in het formuleren van een antwoord op de vraag wat de gebedsruimte van Casella tot zo’n bijzondere plek maakt.

Vreemde en herkenbare ruimte
Een van de factoren die de gebedsruimte zo bijzonder maken, is volgens mij dat het een plek is die in contrast staat met de plekken die we kennen. De gebedsruimte is een ‘vreemde’ ruimte.
Het meest vervreemdende element lijkt mij de stilte, die een belangrijk onderdeel is van alle vieringen. Soms is de stilte ‘gevuld’ met een vraag om over na te denken, andere keren is ze  vrijer en dus ‘leger’. Minutenlang hoor je in de ruimte niets dan je eigen gedachten, je eigen ademhaling, heel in de verte het ruisen van de snelweg en af en toe een kuchje of iemand die gaat verzitten. Het gedempte licht en de zachte muziek dragen ook bij aan de verstillende sfeer. De stilte kan behalve als fijn (alleen al aan het grote aanbod van retraites in allerhande vorm kan men zien hoe aantrekkelijk stilte is in deze jachtige tijd) ook als confronterend of juist als saai worden ervaren. Ze is in elk geval onwennig.
Ook het zingen kan vervreemdend zijn. Er zijn vaak maar weinig mensen in de kapel, dus je hoort je eigen stem vrij goed. Door de ingetogen, onbegeleide vorm is het zingen bovendien veel meer een beweging naar binnen dan het expressieve ‘uitzingen’ dat we gewend zijn uit veel popmuziek.
Het klinkt misschien onlogisch dat je een onbekende, vervreemdende ruimte in positieve zin als bijzonder zou kunnen ervaren. Maar bedenk dat wanneer het om religie gaat – en de gebedsruimte is een religieuze ruimte bij uitstek – er altijd sprake is van iets vreemds. God zelf is voor ons tot op zekere hoogte een vreemde, onbekende werkelijkheid. Juist dat maakt dat we naar die werkelijkheid op zoek gaan en erdoor aangetrokken worden. Een vreemde ruimte zal daarom eerder een religieuze beleving oproepen dan je eigen woonkamer.

Een té vervreemdende ruimte zal echter eerder afstoten dan aantrekken. Gelukkig zijn er in de gebedsruimte ook genoeg herkenbare elementen terug te vinden. Bezoekers met een christelijke achtergrond zullen bijvoorbeeld in het schilderij dat als centraal punt aan de wand hangt een verwijzing naar de eucharistie kunnen herkennen. Tegelijkertijd laat het schilderij allerlei interpretatiemogelijkheden open en is daardoor niet opdringerig ten opzichte van niet-christelijke bezoekers. Aan de muur hangt ook een klein kruis, maar dat hangt een paar meter rechts van het centrale focus-punt.
            Veel christelijke jongeren, zowel van protestantse als van katholieke zijde, zijn in meer of mindere mate bekend met de muziek uit Taizé, of zijn misschien zelfs ooit in Taizé geweest. Voor hen is de muziek vertrouwd, net als de knielbankjes en de sfeer van stilte, muziek en weinig woorden. Ook voor wie Taizé niet kent, is de muziek toegankelijker dan bijvoorbeeld Gregoriaanse of Gregoriaans-geïnspireerde muziek die in andere kloosters gezongen wordt. 
            Een voorbeeld van niet-christelijke inspiratie voor de gebedsruimte is het gebruik van een klankschaal om het begin en einde van de stiltes mee aan te duiden. De gebedsruimte lijkt niet op een kerk, misschien eerder op een meditatieruimte. Daardoor zal de ruimte ook voor bezoekers die meer georiënteerd zijn op vormen van nieuwe spiritualiteit een bepaalde herkenbaarheid kunnen oproepen.

Het schilderij als centrale focuspunt
Kortom, de gebedsruimte biedt nieuwe (vreemde, verfrissende) én herkenbare elementen voor bezoekers met en bezoekers zonder christelijke achtergrond. In de ruimte is daardoor mooi een van de idealen van Casella terug te zien: geworteld zijn in de Augustijnse traditie en tegelijkertijd een open houding voor de leefwereld van de gasten. Zoals zuster Marie Madeleine schrijft: “Vanuit onze geschiedenis als Augustinessen zijn waarden als gastvrij, vriendschap en gebed heel belangrijk. We zijn altijd gericht geweest op de vragen en behoeften van mensen om ons heen.”

Individuele en gemeenschappelijke ruimte
De gebedsruimte kan een plek zijn om tot jezelf te komen, tijdens de vieringen en ook daarbuiten (voor bewoners en gasten is de gebedsruimte altijd open). De stilte, de sfeer en ook de indeling van de ruimte nodigen daartoe uit. Bij de meeste vieringen staan twee rijen stoelen en krukken om en om in een halve cirkel, gericht op de lange wand zonder raam. Ervoor ligt een kleed, waarop enkele knielbankjes staan. Door deze opstelling kijken de aanwezigen elkaar niet aan. Ook kom je één voor één binnen in de ruimte en ga je één voor één weg, zonder onderling contact (hoewel ook niet altijd: toen ik eens vlak voor het middaggebed aankwam en de zusters nog niet begroet had, vond die begroeting enthousiast fluisterend plaats bij het binnenkomen in de gebedsruimte).

Voor alles is de gebedsruimte echter een gemeenschappelijke ruimte. Hier komen de kerngemeenschap en de gasten elkaar en samen dragen zij de vieringen. Ook wanneer aanwezigen elkaar niet of nauwelijks kennen, kan in deze ruimte een gevoel van gemeenschap ontstaan. En wanneer de aanwezigen elkaar wel kennen, kan het gemeenschapsgevoel verdiept worden – dat is tenminste mijn eigen ervaring wanneer ik met mijn dispuut bij Casella te gast ben, dan hoor ik de bekende stemmen van mijn dispuutsgenoten ineens weer op een heel andere manier. Je zingt samen en spreekt samen het Onze Vader uit (ieder in de katholieke ofwel protestantse versie die hem of haar vertrouwd is). Samen vieren op deze plek doet iets met een groep.
            Hoewel mensen vanuit verschillende mate van betrokkenheid de liturgie in Casella meevieren (mensen die meeleven, regelmatige en onregelmatige gasten), is de kerngemeenschap de dragende kracht achter en in de gebedsruimte. Zij viert dag in dag uit in deze ruimte en legt daarmee de bedding waar anderen op kunnen aanhaken. Zij zorgt ervoor dat de anderen kunnen invoegen en dat er daadwerkelijk – al was het maar voor een moment – één gemeenschap ontstaat.
Belangrijk uitgangspunt daarbij is ook dat er tijdens de viering geen wezenlijke verschillen tussen de deelnemers zijn: de een is niet meer dan de ander. Dit uit zich in de gebedsruimte bij Casella heel duidelijk in de indeling van de ruimte. Degene die voorgaat zit rechts achteraan, half  in de kring. Afhankelijk van waar je gaat zitten, zie je de voorganger niet of nauwelijks en hoor je dus alleen haar stem. Een heel contrast met de bekende opstelling in kerken, waarbij de blikrichting automatisch richting de voorganger is. Behalve de voorganger komen bovendien tijdens de viering ook de andere deelnemers aan het woord: een van de aanwezigen wordt gevraagd de bijbellezing te doen en regelmatig worden er een tekst doorgegeven waarvan we om de beurt een regel lezen.
Door ten slotte bij het aansteken van het lampje aan het begin van een viering vaak ook namen te noemen van mensen die aan Casella verbonden zijn maar nu niet aanwezig, wordt het lampje symbool voor de gemeenschap van Casella die groter is dan de gemeenschap van dat moment.

Gestructureerde en open ruimte
De balans tussen vrijheid en orde wordt naar mijn idee ook goed gevonden. De liturgie ligt vast, maar deelnemers mogen hun eigen plek zoeken in de ruimte. Bovendien zijn er af en toe ook wat minder strak geregisseerde gebeurtenissen in de ruimte: denk aan mijn welkomstbegroeting of een onverwachte lachbui. Dat deze momenten plaatsvinden op initiatief van de kernbewoners en niet zozeer  van gasten lijkt me meer dan logisch: zij vieren dag in dag uit in deze ruimte en kunnen daardoor de grens tussen gezonde ontspanning en rommeligheid goed bewaken.

Het belang van een open ruimte wordt benadrukt door Thomas Quartier, een Benedictijnse kloosterling die veel geschreven heeft over liturgie. “Openheid voor het geheim,” zo noemt hij het belangrijkste criterium voor een liturgie die verbinding legt met het leven van de biddende en vierende mens. Concreet betekent dat bij Quartier dat de ervaring van het geheim in de liturgie voortdurend gezocht en gekoesterd moet worden: “Cultiveer de openheid!” Dat gebeurt in de gebedsruimte bij Casella volop. De hele ruimte kan gezien worden als ‘open ruimte’, een stukje stilte in de drukke wereld. De lange stiltes in de vieringen werken voor mijzelf als extra ‘open ruimtes’, net als het feit dat je je visueel richt op het lampje en/of het schilderij en niet op een persoon (de voorganger). Er staat dus niemand tussen de deelnemer en God/het geheim in. Bovendien gaat het in deze ruimte niet om stellingen over het geloof te communiceren, maar juist om een ruimte te scheppen waar mensen zelf hun weg naar het geheim kunnen vinden.
            Vanuit deze openheid (die natuurlijk te maken heeft met de Augustijns/christelijke wortels, maar verre van exclusief Augustijns vormgegeven wordt) en de eventuele ontmoeting en ervaring die daarin plaats kan vinden, kunnen de gemeenschap en de verbinding met het leven van de individuele bezoeker gestalte krijgen.

Tot slot
“Alles ademt Augustinus,” was de opmerking van een vriendin van mij na een gezamenlijk verblijf bij Casella. Deze zin geldt zeker voor de gebedsruimte, en vat in een notendop samen wat er zo bijzonder aan is. Uit alles wat er in deze ruimte gebeurt, blijkt de intentie om de spirituele wortels van Casella te verbinden met het leven van degenen die er komen vieren.
In dit artikel heb ik geprobeerd duidelijk te maken wat voor grote betekenis en invloed een ruimte kan hebben. In de gebedsruimte bij Casella komt gemeenschap tot stand, en niet alleen dat, er wordt openheid geschapen voor ontmoeting met God. Dat lijkt me belangrijk, niet alleen omdat het in een geloofsgemeenschap uiteindelijk allemaal gáát om die Ene met een hoofdletter (het geheim als eindpunt), maar ook omdat gemeenschap op een bepaalde manier voortkomt uit de openheid (het geheim als beginpunt). Ruimte maken, letterlijk en figuurlijk, is een beslissende factor als het gaat om het scheppen van een plek waar God en mens elkaar – voor even – kunnen ontmoeten.

Gebruikte literatuur:
Hoondert, Martin J. M. ‘Contemplatieve abdijen als musical spaces: vervreemdend en aantrekkelijk’. In: Jaarboek voor Liturgieonderzoek 28, 51-63.
Maas, Marie Madeleine. ‘‘Voedsel voor onderweg’ – religieuze leefgemeenschap Casella’. In: Tijdschrift voor Geestelijk Leven 71 nr. 1.
Quartier, Thomas. Liturgische spiritualiteit: Benedictijnse impulsen. Heeswijk: abdij van berne 2013.
 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een grote rode boerenzakdoek - bij het overlijden van Nico ter Linden

Nee, dit is geen zakdoek uit verdriet - of misschien ook een beetje wel, stiekem, want hij was voor mij zo'n mens waarvan je je niet kunt voorstellen dat hij ooit voorbijgaat.

Ik was een jaar of vijftien en Nico ter Linden kwam naar Houten. Als echte fan moest ik daar natuurlijk bij zijn, en als echte BN'er was hij in het echt natuurlijk een stuk kleiner dan ik me had voorgesteld. Van wat hij vertelde die avond weet ik weinig meer. Wel nog dat hij van tijd tot tijd zonder enige schaamte zijn grote rode boerenzakdoek tevoorschijn haalde om zijn neus te snuiten. Daarna borg hij de zakdoek weer op, keek de zaal eens rond en vertelde verder. Niemand had de tijd om het hilarisch te vinden, en binnen een paar seconden had hij ons weer mee teruggevoerd naar de wereld van de aartsvaders.

Ik was een jaar of twaalf en ik zat vol met vragen. Mijn moeder gaf me een boek met de gebundelde columns van Nico ter Linden, Kostgangers. Ik las dat geloof en ongeloof bij elkaar horen, 'als de…

Heden is u een heiland geboren

Als ik vroeger vriendinnetjes zag fietsen met een vioolkist of gitaarhoes op hun rug, was ik stiekem wel eens een beetje jaloers. Een piano neem je niet mee, dus ik had behalve mijn bladmuziek niets zichtbaars of tastbaars bij me. Aan mij kon je nooit zien dat ik naar muziekles ging.
Is het ijdelheid, dat ik het stiekem wel eens jammer vind dat ik als dominee niets zichtbaars of tastbaars bij me heb op zondagochtend? Ik heb nog geen toga, dus blijft over: mijn map met papieren en een paar keelsnoepjes. Toen ik op kerstavond in de bus naast een paar voetbalsupporters zat, kon niemand zien dat mijn koffer met kerststalfiguren gevuld was, en toch vond ik het maar wat leuk dat ik het kerstevangelie zo maar bij me had. 
Geloven wordt al snel abstract. Gods aanwezigheid is niet zichtbaar of tastbaar, je kunt God niet zien, niet aanraken. Bijbelverhalen spelen zich af in een wereld van tweeduizend jaar of nog langer geleden, een wereld waar we ons slechts met moeite een voorstelling van kun…

Studeer, zing, bid en verwonder

Zingen is dubbel bidden, dat is zo'n uitspraak die Augustinus ooit gedaan zou hebben en die je overal te pas en te onpas tegenkomt. En zoals voor de meeste clichés geldt: ze is nog waar ook.

Als ik het probeer, dan lukt het vaak niet, bidden. De woorden zijn er niet, of ik kan de rust niet vinden. Gebed is een houding die me overvalt, in dankbaarheid om wat er aan moois gebeurt in mijn leven of in een wanhopige schreeuw naar boven.

Het gebeurt me regelmatig als ik zing. Koorrepetitie, onder de douche, tijdens een viering of bij het studeren maakt dan niet uit. Vanmorgen ratel ik op mijn toetsenbord voor een paper dat ik snel af wil hebben. Het is om verschillende redenen geen makkelijk jaar geweest, en ik ben de hele boel een beetje zat. Klaar met die studie, de zomer moet komen! Probeer niet te veel na te denken en gewoon maar te typen. Ondertussen draai ik de cd op die we gisteren met het Vocaal Theologen Ensemble gepresenteerd hebben, het liefste lied van overzee deel 2. Ik hum…